Samenvatting artikel 6 januari

Slachtoffer Wilburg Tennant: Duponts grootste nachtmerrie werd 
door Nathaniel Rich (bron: New York Times Magazine)

Dit is het verhaal van Rob Bilott, een milieurechtadvocaat die tot 1998 vooral voor grote bedrijven, waaronder Dupont, heeft gewerkt. Dan wordt hij op een dag gebeld door Wilbur Tennant uit Parkersburg, West-Virginia. Tennant zegt dat zijn koeien massaal sterven en dat de chemische fabriek van Dupont hier de oorzaak van is. Omdat Tennant via via een beroep doet op Bilott, wiens oma bevriend was met de buren van Tennant, Bilott is daar zelfs in zijn jonge jaren geweest, gaat Bilott akkoord met een gesprek over deze voor hem hoogst ongebruikelijke zaak.

Voor Tennant, die in Parkersburg overal waar hij om hulp aanklopte is weggestuurd, is het heel wat. Hij rijdt samen met zijn vrouw een week later naar het advocatenkantoor Taft Stettinius & Hollister (Taft) in Cincinnati, Ohio om de dozen vol bewijsmateriaal die hij zelf verzamelde aan Bilott te tonen. De adjunct-directeur Terp is ook bij het gesprek aanwezig. Tennant vertelt hoe hij al sinds zijn jeugd samen met zijn broers en zussen een veebedrijf runt. Zijn broer Jim verkocht begin jaren ’80 een deel van zijn land aan Dupont. Jim werkte toen zelf als arbeider in de Washington Works fabriek van Dupont en had het geld nodig, omdat hij al jaren last had van mysterieuze gezondheidsklachten. Dupont maakte van dit stuk land een afvalstortplaats en noemde deze Dry Run Landfill, naar het riviertje dat er doorheen loopt. Dit riviertje stroomt verder door de weide waar de koeien van de Tennants grazen. Al snel na de verkoop vertonen de koeien afwijkend gedrag; waar ze eerst gedwee waren vallen ze nu bekenden aan als die naderen. Tennant laat videobeelden zien van opgehoopt schuim in het riviertje. Bij deze gebeurtenis hebben we twee dode herten en 2 koeien gevonden die bloedden uit hun neuzen en monden, vertelt hij. Op de videobeelden zijn een pijp te zien die groen water met bubbels loost en koeien met allerlei aandoeningen. Bilott besluit de zaak aan te nemen. Taft komt daarmee in een ongebruikelijke positie, in plaats van chemiebedrijven te vertegenwoordigen – hun corebusiness – klaagt het advocatenkantoor er nu één aan. Adjunct-directeur Terp blijft achter Bilott staan, omdat hij meent dat zij door de ervaring van deze zaak betere advocaten zullen worden. Ze besluiten hulp te zoeken bij een advocaat uit West-Virginia, Larry Winter, die ook jaren via een advocatenkantoor voor Dupont werkte, maar inmiddels een zelfstandig advocaat met een specialisatie in letselschade is. 
In de zomer van 1999 begint Bilott een rechtszaak tegen Dupont. In reactie daarop geven Dupont en de United States Environmental Protection Agency (EPA, het federale milieuagentschap) opdracht tot een gezamenlijk onderzoek. De uitkomst van dit onderzoek is een rapport, dat de oorzaak van de gezondheidsproblemen van het vee niet bij Dupont legt, maar bij de Tennants zelf; zij zouden zich aan wanbeheer schuldig hebben gemaakt. Bilott gaat door met het voorbereiden van de rechtszaak, maar intussen worden de Tennants buitengesloten; veel mensen uit de gemeenschap van Parkersburg praten niet meer met hen. Bilott stuit in een brief van Dupont aan de EPA op de voor hem onbekende term ‘PFOA’. Na enig zoekwerk ontdekt hij dat het een benaming is van perfluoroctaanzuur. Dupont weigert zijn verzoek om meer informatie over deze stof te krijgen. In het najaar van 2000 krijgt Bilott via de rechter toegang tot meer dan 100.000 bladzijden uit de archieven van Dupont. Bij het onderzoek hiervan wordt hem duidelijk dat Dupont al lang wist dat het om een – op z’n zachts gezegd – schadelijk goedje ging. Het bewijsmateriaal is zo enorm belastend, dat Bilott vermoedt dat Dupont helemaal niet begrijpt wat ze hem hebben gegeven. Hij vindt het volgende: Dupont begint in 1951 met de inkoop van PFOA van 3M, de uitvinder van de stof. 3M geeft Dupont advies over de afvalverwerking: verbranden of naar een faciliteit voor chemisch afval. Dupont neemt in haar interne regels op dat PFOA niet in het riool of oppervlaktewater geloosd mag worden. In de decennia die volgen blijkt de regel een dode letter; Dupont loost meer dan 100.000 kg PFOA poeder in de Ohio rivier en stort 7100 ton met PFOA doorregen slik in afvalputten, waar de stof zich in de grond verspreidt en in het grondwater terecht komt. Uit dit grondwater wordt drinkwater voor meer dan 100.000 mensen gewonnen. Verder komt Bilott erachter dat Dupont en 3M al meer dan 40 jaar, in het geheim, medische studies doen naar de effecten van PFOA. De onderzoeksresultaten omvatten onder meer:

  • 
1961 – PFOA kan de lever vergroten bij ratten en konijnen (’62 zelfde bij honden)
  • De chemische structuur ervan maakt PFOA zodanig bestand tegen afbraak dat het griezelig is
  • PFOA bindt zich aan eiwitten in het bloed, die door elk orgaan van het lichaam circuleren
  • Jaren 70 – Dupont ontdekt dat arbeiders van de Washington Works fabriek hoge concentraties PFOA in hun bloed hebben
  • 1981 – 3M ontdekt dat inname van PFOA leidt tot geboorteafwijkingen bij ratten. Dupont test daarna de kinderen van zwangere employees; van de 7 geboren baby’s hadden er 2 een oogafwijking
  • 1984 Dupont constateert dat stof uit de fabrieksschoorstenen neerslaat in de omgeving en dat PFOA aanwezig is in de lokale watervoorraad
  • 1991: Onderzoekers van Dupont stellen een interne veiligheidsnorm vast voor de concentratie van PFOA in drinkwater; 1 deel per miljard (part per billion = p.p.b.). In datzelfde jaar ontdekt Dupont dat in één van de waterdistricten het concentratieniveau 3 keer zo hoog is
  • Jaren 90: Studies van Dupont tonen aan dat PFOA diverse soorten kanker kan veroorzaken 


In 1993 vindt Dupont een alternatief voor PFOA. Het lijkt minder giftig en verdwijnt sneller uit het lichaam. Toch besluit het bedrijf, om financiële redenen, niet over te gaan op dit alternatief. De cruciale ontdekking voor de Tennant-rechtszaak is dat Dupont eind jaren ’80 zo bezorgd is over de gezondheidseffecten van PFOA, dat het bedrijf de 7100 ton met PFOA doorregen slik wil verplaatsen en daarvoor het van Jim Tennant aangekochte land gebruikt. Dupont wist dat de stortplaats lekte naar het naastgelegen land van de Tennants, hun tests kwamen uit op bijzonder hoge concentraties PFOA in het water van de Dry Run Creek, maar ze vertelden de Tennants hier niets over. In augustus 2000 belt Bilott met de advocaat van Dupont en hij zegt dat hij alles weet. Er komt een schikking met de Tennants en dat had het einde van het verhaal kunnen zijn, maar Bilott is niet tevreden. Hij is geagiteerd. Dupont heeft willens en wetens schadelijke stoffen geloosd en de feiten verhuld. Bovendien vraagt hij zich af welke effecten PFOA al die jaren heeft gehad op de gezondheid van de mensen in de regio. Bilott zet alle feiten op papier; dit resulteert in een brief van 972 bladzijden, inclusief 136 aangehechte bewijsstukken. Hij stuurt de brief met een eis om tot onmiddellijke actie over te gaan in maart 2001 naar alle relevante autoriteiten. Dupont probeert Bilott nog via de rechter te muilkorven, en zo te voorkomen dat hij de van Dupont verkregen informatie aan de overheden mag overhandigen, maar dit mislukt. De EPA beschuldigt Dupont van het achterhouden van informatie over de schadelijkheid van PFOA en de aanwezigheid ervan in het milieu. In 2005 komen ze tot een schikking van $ 16,5 miljoen (minder dan 2% van de winst van het bedrijf dat jaar). Bilott heeft nooit meer een chemisch bedrijf vertegenwoordigd. 
Bilott gaat verder. In 2001 wil hij een gezamenlijke aanklacht gaan leiden namens iedereen wiens water besmet is met PFOA. En hoewel het er sterk op lijkt dat Dupont druk uitoefent op zijn superieuren blijft Taft hem steunen. Er meldt zich al snel iemand die naadloos past in de zaak: Joseph Kiger had een brief gekregen van zijn waterbedrijf waarin stond dat er PFOA in “lage concentraties” in het drinkwater aanwezig was. In de brief staat: “Dupont geeft aan dat zij over toxicologische en epidemiologische data beschikt die de basis zijn voor het vertrouwen dat de richtlijnen voor blootstelling, zoals die door Dupont zijn vastgesteld, de menselijke gezondheid beschermen.” Bij de vrouw van Joseph, Darlene, gaan onmiddellijk de alarmbellen rinkelen. Haar eerste man werkte jaren als chemicus bij Dupont. Ze heeft al een aantal vreemde ervaringen met PFOA gehad en er nog meer verhalen over gehoord. In 1976 komt haar man thuis met het bericht dat Dupont had ontdekt dat PFOA gezondheidsproblemen gaf bij vrouwen en aangeboren afwijkingen bij kinderen. Zes jaar later ondergaat Darlene een hysterectomie; haar baarmoeder wordt verwijderd. Na van het kastje naar de muur te zijn gestuurd komt Joseph Kiger via de EPA terecht bij Rob Bilott. 
Het gebied dat besmet was met PFOA was groter dan gedacht. Zo’n 70.000 mensen dronken water dat een hogere concentratie PFOA bevatte dan Duponts eigen interne veiligheidsnorm voorschreef Probleem was dat PFOA niet door de overheid was gereguleerd. Bilott moest nu bewijzen dat PFOA in het drinkwater de oorzaak van gezondheidsproblemen was, terwijl er nauwelijks informatie was over de effecten ervan op een grote populatie. Wat was een veilig blootstellingsniveau? Duponts interne veiligheidsnorm was 1 p.p.b. (wat gelijk is aan de in Europa vaker gebruikte maat 1 μg/l- red.). Dat deze norm waarschijnlijk helemaal niet toereikend is weten we inmiddels door recent onderzoek, bijvoorbeeld dat van Philippe Grandjean of the Harvard School of Public Health en Richard Clapp of the University of Massachusetts-Lowell, dat uitkwam op een veiligheidsnorm van bij benadering 0,001 p.p.b. , maar dat wist Bilott toen nog niet. Toen Dupont lucht kreeg van Bilotts plan, kondigde het bedrijf een herevaluatie aan. Een team wetenschappers van Dupont en de Milieudienst van West-Virginia stelden een nieuwe veiligheidsnorm vast: 150 p.p.b.; inderdaad, deze is 150 keer hoger dan de oude norm. Bilott viel van verbazing van zijn stoel. De toxicologen die hij zelf in had gehuurd waren het eens geworden over een veiligheidsnorm van 0,2 p.p.b. De staat West-Virginia kondigde echter de 150 p.p.b. af. Bilott moest toezien hoe vervolgens 3 juristen, die frequent waren ingehuurd door Dupont, aangenomen werden op managementposities bij de Milieudienst van West- Virginia. Zij waren nu degenen die erop moesten toezien of Dupont zich aan de regels hield. Bilott ontwikkelt een nieuwe strategie. Hij dient in augustus 2001 een medische monitoringclaim in. Als de eisers kunnen bewijzen dat ze met PFOA in aanraking zijn geweest, moet de beschuldigde het medisch onderzoek financieren. Als de claim wordt toegewezen, dan kunnen eisers die ziek worden later een zaak aanspannen om de schade te verhalen. Ondertussen is de EPA zelf een onderzoek gestart naar de schadelijkheid van PFOA. In 2002 maakt het federale milieuagentschap bekend dat PFOA mogelijk een gevaar is voor de volksgezondheid. De EPA is bijzonder bezorgd over het feit dat PFOA bij Amerikaanse bloedbanken is gemeten, iets wat Dupont en 3M al wisten sinds 1976. In 2003 was de gemiddelde concentratie PFOA in het bloed van een volwassen Amerikaan 4 tot 5 p.p.b. In 2000 stopte 3M met de productie van PFOA. In plaats van over te stappen op een alternatief, bouwt Dupont een nieuwe PFOA fabriek in Fayetteville, North Carolina. In 2004 besluit Dupont de gezamenlijke aanklacht te schikken. Dupont zegt drie dingen toe: 1) het plaatsen van zes zuiveringsinstallaties; 2) $ 70 miljoen te betalen voor de financiering van wetenschappelijk onderzoek naar een “aannemelijke relatie” tussen PFOA en ziekte; en 3) zorgt te dragen voor de kosten van levenslange medische monitoring van degenen bij wie de relatie is aangetoond. De eisers, op hun beurt, mochten geen persoonlijke schadezaak beginnen tegen Dupont, zolang het onderzoek nog niet gereed was. Bilott haalde met deze schikking voor zijn kantoor Taft een proceskostenvergoeding van $ 21,7 miljoen binnen. Iedereen dacht dat hiermee de kous af was, behalve Bilott. 
Bilott zat ermee in z’n maag dat er geen data waren die de medische problemen van de mensen die in het besmette gebied woonden konden relateren aan PFOA. De medische studies waren beperkt tot de arbeiders en Dupont zou kunnen opvoeren zat deze groep aan veel hogere concentratieniveaus was blootgesteld, dan de omwonenden waren. Ze zouden de vermoorde onschuld kunnen spelen. De groep eisers besluit om het onderzoeksgeld zo in te zetten dat het probleem van het data-gat opgelost kan worden. Daarmee zetten ze tegelijk in op de 3 vragen die hen het meest bezighielden: 1) Heb ik PFOA in mijn bloed? 2) Als dat zo is, is dit schadelijk? 3) Als het schadelijk is, wat zijn de effecten? Binnen een paar maanden leverden bijna 70.000 inwoners van West-Virginia hun bloed in voor het onderzoek. De wetenschappers waren, met deze overvloed aan medische data, in staat om 12 studies te doen, waaronder één studie die exact bepaalde hoeveel PFOA elke eiser had binnengekregen. Ze waren er jaren mee zoet. 
Bilott gaat naar mate de jaren vorderen steeds onder meer stress gebukt; voor Taft brengt hij geen geld in het laatje en de eisers worden steeds ongeduldiger. Eindelijk, in 2011, zeven jaar na de aanvang van het onderzoek, beginnen de wetenschappers hun bevindingen met de wereld te delen. Er was een waarschijnlijke relatie tussen PFOA en nierkanker, teelbalkanker, schildklierafwijkingen, hoog cholesterol, zwangerschapsvergiftiging en colitis ulcerosa. Tot oktober 2015 hebben inmiddels 3535 eisers een persoonlijke schadezaak tegen Dupont ingediend. De eerste rechtszaak was in oktober en de eiser Carla Bartlett is in het gelijk gesteld; Dupont moet haar $ 1,6 miljoen betalen, maar het bedrijf is van plan om in hoger beroep te gaan. In 2016 dienen nog 4 zaken. Als Dupont ervoor kiest om niets te schikken en elke persoonlijke zaak aangaat, dan komt de laatste zaak, in dit tempo, pas in het jaar 2890 aan de beurt. Bilott is woest over de wijze waarop Dupont met deze mensen omgaat; het bedrijf blijft alles doen om de verantwoordelijkheid af te schuiven. Dupont is, in overeenstemming met de EPA, met de productie van PFOA gestopt in 2013. De stof is vervangen door het alternatief dat het bedrijf in 1993 al had gevonden. Het betreft gelijksoortige op fluor-gebaseerde chemische verbindingen, die niet gereguleerd zijn door de EPA. Over de veiligheid van deze chemische verbindingen zegt het inmiddels afgesplitste Chemours: “een significante hoeveelheid data laat zien dat deze alternatieve chemistries veilig gebruikt kunnen worden.” In mei 2015 tekenden 200 wetenschappers ‘The Madrid Statement on Poly- and Perfluoralkyl Substances (PFASs)’, waarin ze hun zorg uitspreken over de productie van alle stoffen van deze soort, inclusief het alternatief wat Dupont nu gebruikt, en het vrijkomen ervan in het milieu. De wetenschappers vermoeden dat deze stoffen schade toebrengen aan de voortplanting en het metabolisme van de mens, en ziekten zoals kanker, schildklieraandoening en aantasting van het zenuwstelsel veroorzaken. Onderzoek van de laatste vijf jaar laat zien dat zelfs extreem lage doses schadelijk zijn voor de gezondheid. Dupont vindt de adviezen van de Madrid Statement niet relevant. Ze verwijzen hierbij naar hun eigen onderzoek en houden vol dat de ‘alternatieve chemistries’ veilig zijn. 
Bilott schrijft elk jaar een brief aan EPA en aan de Milieudienst van West-Virginia, waarin hij aandringt op de regulering van PFOA in drinkwater, zonder succes. De EPA heeft beloofd om begin 2016 met een adviesniveau voor levenslange blootstelling te komen. PFOA is inmiddels aantoonbaar aanwezig in 94 waterdistricten in 27 Amerikaanse staten. Het water in Parkersburg, waar de fabriek ligt, is besmet met hoge concentraties PFOA. Veel inwoners weten van niets. Bilott heeft geen spijt van zijn strijd van de afgelopen 16 jaar. Hij maakt zich nog steeds boos over het onrecht dat de mensen is aangedaan; dat Dupont er zolang mee weg kon komen; dat de overheden akkoord gingen met de trage afbouw van het gebruik van PFOA; dat ze nu een alternatief gebruiken, waarvan de effecten onbekend zijn; dat de instanties niets van enige betekenis hebben gedaan. In maart begint de tweede rechtszaak, dan zijn er nog 3533 te gaan. Bron: The New York Times Magazine